Aquacultuur: innovatie en projecten

De Blauwe Cluster beoogt een toename van 10% in de nationale consumptie van zeevoeding tegen 2050. We willen dit realiseren door middel van een nauwe samenwerking tussen de bloeiende Vlaamse visserijsector met duurzame visbestanden enerzijds en nieuwe aquacultuurproducten anderzijds.

Doel is om 5700 ton schaaldieren per jaar te produceren via maricultuur (aquacultuur op zee). Dat is goed voor ongeveer 10-20% van het marktaandeel van mosselen, oesters en andere zeevruchten.

Daarnaast hebben we de ambitie om iedereen van 6 gram zeewier per dag te voorzien tegen 2025, ofwel via directe consumptie of indirect via voedertoepassingen. Dat komt overeen met een jaarlijkse productie van 50.000 ton. 

Om bovenstaande doelstellingen uit de roadmap “Duurzame zeevoeding & mariene biotechnologie” te kunnen realiseren, zal innovatie langs de volledige waardenketen nodig zijn. Hieronder overlopen we kort de uitdagingen die aangepakt worden in lopende clusterprojecten.

1. Lokaal pootgoed

Pootgoed voor zeewier, garnalen, mosselen en oesters moet nu aangekocht worden in het buitenland, maar kampt vaak met ziekte, sterfte en slechte kwaliteit. Om maricultuur in de Noordzee verder op te schalen, is daarom nood aan lokaal pootgoed dat in broedhuizen op het vasteland kan geproduceerd worden in Vlaanderen.

We moeten hierbij zoeken naar manieren om de productiviteit en duurzaamheid van broedhuistechnieken te verbeteren door onderzoek naar gesloten kweeksystemen voor mollusken, geïntegreerd ziektebeheer, middelen om de impact op het milieu in te schatten, gen-mapping en strain-ontwikkeling van zeewier, het gebruik van pekelwater, de ontwikkeling van nieuwe soorten, etc.

Een (multispecies) broedhuis-pilootinstallatie kan hierbij een incubator zijn voor innovatie die zal dienen als accelerator voor grootschalige, commerciële broedhuisinitiatieven in Vlaanderen.

2. Aquacultuur 2.0

De ruimte op zee is beperkt. Daarom bekijken we de mogelijkheden om aquacultuur en/of visserij te combineren met andere functies op zee zoals energieproductie (vb. windmolenparken). We onderzoeken daarbij hoe activiteiten elkaar wederzijds beïnvloeden en hoe aspecten zoals beheer en onderhoud samen georganiseerd kunnen worden.

Cruciaal voor de verdere ontwikkeling van maricultuur in Vlaanderen is het gebruik van biogebaseerde, meer performante materialen. Op die manier kunnen we garanderen dat onder andere substraten, touwen, netten en verankeringssystemen van voldoende hoge kwaliteit zijn. 

Daarnaast is het ook belangrijk dat we toegang hebben tot real-time data over de omgeving en de zeeboerderij zelf (incl. structuren en biomassa). Dit stelt ons in staat om het oogsttijdstip te optimaliseren (predictive harvesting) en maatregelen te nemen om de voorraden te vrijwaren en de impact op het mariene milieu te beperken. 

3. Bioprospectie

De Noordzee is een heel rijke zee met hoge biodiversiteit, wat betekent dat nog heel wat potentieel onderbenut blijft. Mariene organismen kunnen bijvoorbeeld gescreend worden op waardevolle componenten (zoals bio-actieve metabolieten en enzymen) met het oog op toepassingen in de cosmetica, farma, neutraceuticals, etc.

Via bioprospectie kan zo gezocht worden naar nieuwe waardenketens voor maricultuur. Om het potentieel van mariene organismen maximaal te benutten, zal op lange termijn een bioraffinageproces moeten ontwikkeld worden. Hierbij worden minimaal twee hoogwaardige componenten geëxtraheerd en het restproduct gevaloriseerd voor laagwaardige toepassingen.

Het is hierbij essentieel dat vraag en aanbod van aquacultuurproducten goed met elkaar gematcht worden zodat de juiste soorten in de juiste volumes, voor de juiste toepassingen en met de gevraagde kwaliteit gekweekt worden.