Oceaanvervuiling en afvaloplossingen
De Blauwe Cluster helpt creatieve én afdoende antwoorden zoeken op complexe problemen zoals plasticvervuiling, munitiestortplaatsen en het lozen van chemische en andere stoffen in zee. We tonen aan dat er oplossingen mogelijk zijn die niet noodzakelijk tegen de economische belangen ingaan. Overleg en samenwerking zijn hierbij essentieel.

Plastic in onze zeeën en rivieren: meten is weten

De zee is een bron van ontspanning, energie en voeding. Maar echt dankbaar tonen we ons daar niet voor. Denk maar bijvoorbeeld aan de plasticsoep in de oceanen. De blauwe economie moét hier duurzame oplossingen voor aanreiken. Met behulp van innovatieve technologieën als big data, artificiële intelligentie, augmented reality (AR) en drones. En met ondersteuning van De Blauwe Cluster.

Jaarlijks komt er vijf tot twaalf miljoen ton plastic afval bij in onze oceanen. Dat is een enorm probleem: niet alleen raken zeedieren erin verstrikt, plastic breekt ook tergend traag af. Het materiaal komt bovendien via vissen en schaaldieren ook in onze eigen voeding terecht.

Om dit te verhelpen, is een tweevoudige aanpak essentieel. Enerzijds vermijden dat plastic in het water terechtkomt (bijvoorbeeld via sensibilisering van de consument of via oplossingen aan de bron), en anderzijds manieren ontwikkelen om het er efficiënt uit te verwijderen.

Plasticverspreiding beter begrijpen

Wat het verwijderen betreft, is het eerst nodig te weten hoeveel plastic er naar zee stroomt. Alleen zo zullen de gevraagde inspanningen accuraat kunnen worden ingeschat. Om tot die data te komen, kan nieuwe en innovatieve technologie worden ingezet – zoals dat ook al volop in andere domeinen van de blauwe economie gebeurt.

Een mooi voorbeeld is het project PLUXIN, dat staat voor Plastic Flux for Innovation and Business Opportunities in Flanders. Het is een samenwerking tussen Vlaamse kennisinstellingen in dialoog met ondernemers en gesteund door De Blauwe Cluster. De partners in het project onderzoeken hoeveel plastic zich in de zeeën en oceanen bevindt, en gaan na via welke havens en rivieren en op welke tijdstippen het daar terechtkomt.

Het eigenlijke doel is nieuwe verspreidingsmodellen voor plastics te ontwikkelen op basis van de knowhow uit bestaande observatiemethodes. Met de data uit die modellen kunnen computermodellen ontwikkeld worden. Die brengen de stroom van plastic in kaart en leren ons de verdeling van het plastic in het water beter te begrijpen. Zo kunnen we bepalen waar plastic zich ophoopt om daar dan sneller en efficiënter in te grijpen.

Van rivier naar zee

Het is niet gemakkelijk om te bepalen hoeveel plastic er precies in onze rivieren zit, aangezien slechts een klein deel zich aan het oppervlak bevindt. Plastic beweegt zich namelijk horizontaal én verticaal in het water. Om een juiste inschatting van de graag van vervuiling te maken, gaan onderzoekers bijvoorbeeld reflecties in het water bestuderen en uit de rivieren grondig analyseren. 

Ter illustratie: tijdens een pilootstudie naar drijvend afval in de Leie werden gemiddeld 30.000 items per km² aangetroffen. Het merendeel daarvan vloeit uiteindelijk naar de zee. Daar komt dan 5% van op het strand terecht, 1% blijft drijven op het zeeoppervlak en 94% belandt op de zeebodem. Wat we dus met onze eigen ogen zien, is maar een fractie van de werkelijke vervuiling.

Verwerken tot duurzame producten

Met de informatie die tijdens het PLUXIN-project wordt verzameld willen de projectpartners uiteindelijk nieuwe en interdisciplinaire innovatieprojecten opzetten. Die moeten op hun beurt leiden tot economische en maatschappelijke valorisatie.

Zo kunnen Vlaamse bedrijven en kennisinstellingen die actief zijn in waterwerken, observatie, sanering en afvalverwerking, oplossingen ontwikkelen om het probleem van plastictoevoer stroomopwaarts aan te pakken: plastic tegenhouden voordat het in zee terechtkomt, door het via commerciële saneringsinitiatieven uit water en sedimenten te verwijderen.

Hiervoor wordt vooral naar samenwerking met bedrijven gekeken. Zo kunnen bijvoorbeeld nieuwe scheidingstechnieken voor baggerwerkzaamheden ontwikkeld worden. Die laten toe dat plastic en sediment apart worden gesorteerd, zodat dat eerste niet weer in zee verdwijnt.

Plastic dat zo verzameld wordt, kan dan verwerkt worden tot duurzame producten die opnieuw op de markt komen. Heel wat Belgische bedrijven zetten reeds in op dergelijke 'nieuwe materialen'. Dit alles heeft bovendien een positieve impact op onze CO2-voetafdruk.

Interview met Colin Janssen (Universiteit Gent)