Algen zijn in vergelijking met conventionele gewassen veel productiever en hebben een enorm gevarieerde samenstelling. Dit maakt van algen een interessante grondstof voor tal van toepassingen, gaande van aquafeed tot kleurstof. Hoewel micro- en macroalgen zowel qua biologie als industriële verwerking weinig met elkaar gemeen hebben, kunnen er toch enkele parallellen worden getrokken in het leerproces dat beide nieuwe grondstoffen doormaken.

 

Kennis van het groeiproces essentieel om een kwalitatief product te garanderen

De omstandigheden waarin algen groeien hebben een belangrijke impact op de finale kwaliteit van de algen en afgeleide producten. Om een kwalitatief product te garanderen is het nodig dat kwekers opgeleid worden en de nodige kennis opbouwen inzake risicobeheersing. Voor micro-algen biedt een gesloten fotobioreactor systeem een oplossing om contaminatie te vermijden. Proviron past dit systeem indoor toe en gaat hier een stapje verder door het proces volledig computergestuurd te maken en zo menselijke vergissing uit te sluiten. Voor macroalgen is dergelijke aanpak minder evident en zal het vooral de hatchery zijn die onder gecontroleerde omstandigheden kan gebeuren. “Op dit vlak is nog onderzoek nodig om commercieel interessante soorten fertiel te krijgen en de levenscyclus goed te beheersen”, aldus Universiteit Gent.

Capaciteit en kost van oogstsystemen remmen verdere industrialisering

Hoewel zeewier in Europa hoofdzakelijk afkomstig is van wilde oogst, is er een tendens naar cultivatie van zeewier en zal wilde oogst stilaan verdwijnen. Met de kweek, dringt ook mechanisatie van de oogst zich op om de zeewierboerderij rendabel te maken in een economie met hoge loonkosten. Sioen is volop bezig met de ontwikkeling van een oogstmachine op maat van de sleutel-op-de-deur zeewierboerderijen van At-Sea-Technologies. De machine is in staat om 1 ha zeewier per dag te oogsten, maar deze capaciteit is onvoldoende voor kweek op industriële schaal. Voor de oogst van microalgen vormt de extra kost een bijkomende belemmering voor toepassingen in bulk. Er wordt door KULeuven gezocht naar low-cost, biologische alternatieven voor flocculantia onder de vorm van Mg(OH)2, biopolymeren en nanokristallen.

De afzetmarkt als designer van het verwerkingsproces

Wellicht heeft de brede waaier aan toepassingsmogelijkheden van algen nadelig gewerkt op de groei van de sector omdat keuzes maken nu eenmaal moeilijk is, zeker als je business model hiermee valt of staat. Het vertrekpunt zit in de staart. VITO adviseert: “bepaal wat je nodig hebt om vervolgens niet meer te doen dan wat je echt wilt”. Indien je met de ruwe biomassa je doel kan bereiken, dan moet je dit gewoon doen. Wil je fractioneren of “disrupted cells” maken, dan is dit economisch gezien enkel verstandig als je minimaal één hoogwaardige component kan valoriseren. TomAlgae richt zich voorlopig enkel op de bestaande afzetmarkt van micro-algen als alternatieve eiwitbron, maar zet in op professionalisering van de waardenketen. Daarnaast worden ecologische aspecten steeds belangrijker. “Bio-gebaseerde verfstoffen uit algen mengen met niet-biodegradeerbare additieven is in dit opzicht weinig zinvol”, aldus Centexbel. Verduurzamen kan volgens Cargill ook door een continue stroom van algen te verwerken zodat het mogelijk is om kleine fabrieken te installeren die het hele jaar door werken en grondstoffen recycleren.  

De presentaties van het 7de Vlaams Aquacultuursymposium kunnen hier gedownload worden.

We moeten blijvend inzetten op automatisatie, ontwikkeling van betere oogst- en extractietechnieken en de exploitatie van nieuwe soorten. Samenwerking met regio’s -zoals China- waar de sector reeds een volwaardige economie is, kan ons hierin vooruit helpen.

Patrick Sorgheloos, Prof. Em. UGent en Voorzitter Vlaams Aquacultuurplatform