Inzichten van de Belgian Offshore Wind-missie naar Polen
Tijdens de PSEW conferentie die liep van 8 tot en met 10 juni in Swinoujscie onderstreepte de Poole minister voor energie Milos Motyka het engagement van Polen om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen door in te zetten op windenergie. Inmiddels zijn al voor 5,9 GW aan projecten opgestart. Om de doelstelling van 18 GW aan offshore windenergie tegen 2040 te halen, staan nu nieuwe tenders op de planning. In 2025 en 2027 gaat het telkens om 4 GW in 2028 en 2029 moeten nog eens projecten voor telkens 2 GW opstarten.
Lokale toevoerketen opzetten
Tijdens de PSEW conferentie stelden heel wat Belgische offshore spelers zich voor als betrouwbare partners in dit verhaal. De Belgian Beer Night op de groepstand met 12 bedrijven bleek wat dat betreft een uitstekende promotie te zijn. Daarnaast werden verschillende groepsgesprekken georganiseerd met Poolse offshore-windontwikkelaars. Hieruit bleek dat de Poolse regering wel enkele potentiële hordes opwerpt. Zo krijgen de projecten uit de tweede fase zeven jaar de tijd om operationeel te zijn. Concreet worden er dus geen installatiewerkzaamheden verwacht voor 2031. Wie gehoopt had op een mooie aansluiting van de werken tussen fase één en twee, is er dus aan voor de moeite. Verder wil Polen inzetten op een lokale toevoerketen. Deels om de werkgelegenheid te verbeteren, deels omdat energie steeds meer als een strategisch instrument wordt gezien voor economische veerkracht en geopolitieke stabiliteit. Projecten in de tweede fase moeten als een gevolg voor 40% met lokale partners uitgevoerd worden (de lat zal mogelijk nog hoger liggen in de toekomst). Die zouden als volgt opgebouwd kunnen worden:
- Poolse eigenaar: 25%
- Bedrijf betaalt belastingen in Polen: 15%
- Meer dan 50% van de werknemers betalen belastingen en sociale zekerheid in Polen: 15%
- Kantoor en activiteiten in polen voor meer dan 3 jaar: 10%
- Meer dan 50% van de jaarlijkse omzet gerealiseerd in Polen: 10%
Aantrekkingskracht blijft
Gesprekken zijn gaande tussen de Belgische offshore sector (met steun van de Belgische ambassade in Warshau en het FIT) om te zien of deze regels aangepast kunnen worden in het belang van beide partijen en hoe ze hier het beste invulling aan kunnen geven. Toch blijven de kostprijs, kwaliteit en betrouwbaarheid de belangrijkste beoordelingscriteria, waardoor Belgische bedrijven zeker een aantrekkelijk aanbod kunnen bieden.