SABLE
Kokerwormen zoals Lanice en Sabellaria spelen een belangrijke ecologische rol in de Noordzee. Door rifachtige structuren te vormen op de zeebodem creëren ze schuil- en leefgebieden voor vissen, kleine kreeftachtigen en andere bodemdieren. Zo verhogen ze de biodiversiteit. Tegelijk stabiliseren ze de bodem en helpen ze erosie te beperken door sediment vast te houden.
Net als oesterbanken en grindbedden staan biogene riffen centraal in de plannen voor natuurherstel in het Belgische deel van de Noordzee. Toch blijft de kennis over kokerwormen op zachte bodems beperkt, zeker buiten de intergetijdenzone.
SABLE (SAbellaria & Lanice Benthic Ecosystems) richt zich op de sublitorale zone, het deel van de zee dat permanent onder water ligt, en onderzoekt hoe we kokerwormhabitats kunnen opsporen, stimuleren, en mogelijk herstellen of creëren.
Doel van het project
SABLE vertrekt vanuit twee centrale vragen die belangrijk zijn voor toekomstige toepassingen.
- Eerst wordt nagegaan of multibeam echosounder (MBES) kan worden ingezet om concentraties van kokerwormen te detecteren. MBES is een veelgebruikte techniek om de zeebodem in kaart te brengen, bijvoorbeeld bij offshorewerken. Als de techniek ook geschikt blijkt om habitats te herkennen, kan ze bedrijven helpen om natuurherstel beter mee te nemen in hun projecten.
- Verder onderzoeken de projectpartners of lokale omgevingscondities kunnen worden aangepast om de groei van kokerwormen te stimuleren. Het gaat om relatief eenvoudige ingrepen, zoals het toevoegen van stenen of schelpen, wat de stroming en bodemstructuur beïnvloedt.
Naast de technische kant kijkt het project ook naar de praktische haalbaarheid. Denk bijvoorbeeld aan kosten-baten, de combinatie met bestaande maritieme activiteiten en schaalbaarheid. Ook het juridisch kader en de vergunningsprocedures voor natuurondersteunende ingrepen worden in kaart gebracht.
Tot slot gaat men na of de projectzone Westdiep geschikt is als pilootlocatie voor toekomstige demonstratieprojecten.
Impact en vervolg
SABLE legt de basis voor toekomstige projecten rond natuurherstel met kokerwormen.
Indien MBES hiervoor geschikt is, kan deze techniek worden ingezet om een praktische monitoringtool te ontwikkelen die automatisch inschat waar kokerwormhabitats mogelijk zijn. Dat kan offshorebedrijven helpen om natuurinclusief te ontwerpen.
Als eenvoudige ingrepen op de zeebodem effectief blijken, kunnen pilootprojecten worden opgezet om dit verder in de praktijk te testen. Dat opent de deur naar nieuwe toepassingen binnen offshore infrastructuur en natuurherstel.
Daarnaast wordt gewerkt aan concrete businesscases rond kokerwormhabitats. Zo ontstaan nieuwe kansen die ecologische impact combineren met economische meerwaarde.
Partners: Mantis Consulting; Jan De Nul; Colruyt Group; ILVO; en VLIZ.
Met de steun van: VLAIO
Contactpersoon: Kristien Veys